Fotoboek Synopsis
 Hemelse pracht.
De expositie van 80 Iconen uit de school van Jan Verdonk
Zestig
cursisten uit het iconenatelier van Jan Verdonk exposeren hun iconen
van 23 mei tot 9 juni 2007 in de Nicolaïkerk in Utrecht onder de
titel Hemelse pracht. Onder meer wordt er een aantal Nikolaasiconen
geëxposeerd omdat de Nicolaïkerk aan deze heiligman is
gewijd. Er is bovendien een groep van twintig dezelfde iconen van het
Heilig Mandylion te zien. Toeschouwers en deelnemers kunnen getuige
zijn van een boeiende confrontatie, want de iconen vertonen onderling
grote verschillen in de navolging van de Griekse traditie waarin
geschilderd wordt. Op de expositie zijn altijd enkele schilders
aanwezig om uitleg te geven.
Hemelse pracht
Op iconen worden de heiligen afgebeeld in hun verheerlijkte
toestand. Dat wil zeggen dat ze worden afgebeeld zoals ze op dit moment
zijn, namelijk bij God in de hemelse, eeuwige wereld. De gezichten
vertonen geen menselijk lijden, geen onvolkomenheden meer, ze zijn
vernieuwd. Ook de kleding is verheerlijkt, zoals de kleding van
Christus bij de Verheerlijking op de berg een licht uitstraalde, witter
dan het witste wit. De conclusie is dat ook de materie deel heeft aan
de verheerlijking.
Maar dan is het toch onmogelijk voor de iconenschilder om dat af te
beelden? Want we kunnen niet weten hoe de verheerlijkte mens eruit
ziet. Gelukkig is er de traditie ontstaan, die teruggaat op de
evangelist Lukas die de Moeder Gods met Kind heeft geschilderd. Volgens
deze traditie schildert men de gezichten met een belichting die van
binnenuit lijkt te komen en de kleding als een mozaïek van hoekige
vormen.
Het goud op de icoon duidt op het goddelijke licht. De gouden
stralenkrans om het hoofd van de heilige wil zeggen dat hij deelheeft
aan het goddelijke licht.
Jan
Verdonk
Jan Verdonk studeerde in Amsterdam aan de Universiteit van
Amsterdam af als theoloog. Hij had de geschiedenis van de orthodoxie
als hoofdvak. Het feit dat hij Nieuwgrieks als bijvak had gedaan
vergemakkelijkte in 1991 het contact met Neoklis Kolliopoulos, want
deze sprak alleen Grieks. Neoklis was rond 1980 één van
de eerste en belangrijkste Griekse iconenschilders die vakkundig en
precies werkten in de techniek van de Kretenzische school, die zijn
bloeitijd had van 1400 tot 1600. Jan kreeg een intensieve opleiding in
het atelier van Neoklis. Door het feit dat Jan al goed kon schilderen
en de professionele opleiding in Griekenland werd hij een belangrijke
aanwinst voor het iconenschilderen in Nederland. Na tien jaar ging hij
lesgeven en toen kon hij als theoloog, inmiddels ook Grieks-orthodox
geworden, in de lessen de achtergronden van de icoon goed toelichten.
Het
iconenatelier van
Jan Verdonk
Het iconenatelier is in 2001 opgericht met het doel werken en
studie te stimuleren via informatie. Het werken bestaat uit het
aanleren van de schildertechniek. Onder informatie vallen
materiaalkennis, kunstgeschiedenis, kerkgeschiedenis, theologie en
spiritualiteit. Er wordt in de traditionele techniek geschilderd, wat
inhoudt: zo weinig mogelijk synthetische stoffen en geen kant-en-klare
fabrieksverven gebruiken maar zelf verf aanmaken van niet meer dan
eidooier, azijn en pigment. Deze oude schildertechniek waarborgt het
voortzetten van de iconentraditie in zuivere vorm en is voor de
orthodoxe kerk een must.
Jan Verdonk heeft in zes en een half jaar naar schatting meer dan
tweehonderdvijftig cursisten de beginselen van het iconenschilderen
bijgebracht.
De cursisten

Dori Braat
in bedrijfsblad AKZO |
Het is onbegonnen werk namen van cursisten te noemen. Ieder
heeft zijn stijl gevonden of is daarnaar onderweg. In de catalogus valt
te lezen hoe lang iedereen al bezig is (“gekomen in ...”).
De iconen van elke groep hangen bijelkaar. Zo kunnen deelnemers en
toeschouwers zien wat er binnen een groep geproduceerd is, en zo is het
ook mogelijk tussen de groepen te vergelijken. De groepen zijn Utrecht
(2x), Amsterdam (2x), Bennebroek en Almere.
Er is geen competitie: dat staat te ver van het onderwerp. De
expositie is voornamelijk tot stand gekomen door de inzet van een
kleine schare voorbereiders uit de cursisten en de hulp van velen.
De Mandylionicoon
De Mandylionicoon stelt het gelaat van Christus op een doek
afgebeeld voor. Hieraan ligt de Abgar-legende ten grondslag:
“Koning Abgar van Edessa was ongeneeslijk ziek en zond een
dienaar naar Jeruzalem naar Jezus om een portret te vragen om van zijn
ziekte te genezen. Desgevraagd vroeg Jezus om een doek en drukte zij
gelaat erin. Het doek vertoonde toen de gelaatstrekken van Christus.
Koning Abgar genas van zijn ziekte”.
“De heilige Nikolaas redt de zeevarenden”
De
hagiografie, de verhalen over de heilige Nikolaas heeft de afbeelding
van de heilige man in een bootje voortgebracht. “Een boot kwam in
een vreselijke storm terecht. De bemanning zwoegde om de boot voor
ondergang te behoeden, maar het zag er slecht uit. Toen stond een
passagier op, die stak de handen uit de mouwen en redde het schip. Toen
men de haven binnenliep bleek de passagier de bisschop van die stad te
zijn, de heilige Nikolaas.”
Gegevens
Op de website van Jan Verdonk (www.iconenatelierverdonk.nl)
staat informatie over het atelier, o.a. ook webboeken over orthodoxe
kerk en schildertechniek.
|